Het debat over de vraag of hotelloyaliteitsprogramma’s de luxe-ervaring verpesten is weer opgelaaid, met een recent Air Mail -artikel waarin de verlossing wordt omschreven als een economische bedreiging voor de luxe horeca. Het kernargument suggereert dat gasten die punten inwisselen ‘freeloaders’ zijn die de kwaliteit van de dienstverlening en de winstgevendheid van luxe eigendommen verminderen. Deze opvatting gaat echter voorbij aan de cruciale context: loyaliteitsprogramma’s zijn een doelbewuste bedrijfsstrategie, en het is misplaatst om gasten de schuld te geven van het gebruik ervan.
De kern van het probleem: tegenstrijdige doelen
Veel luxe hotels vertrouwen op de consistente boekingen die grote loyaliteitsprogramma’s zoals Marriott Bonvoy en Hilton Honors bieden. Toch hebben sommige managers een hekel aan de aanwezigheid van het programma en beweren ze dat gasten die punten verzilveren prioriteit geven aan kostenbesparingen boven luxe-uitgaven. Er doen verhalen de ronde over gasten die etenswaren van het ontbijtbuffet aanleggen of gratis extraatjes maximaliseren, wat leidt tot een roep om exclusiviteit, waarbij bepaalde eigendommen volledig worden vrijgesteld van beloningen.
Deze spanning benadrukt een fundamenteel conflict: hotels willen het omzetvolume dat loyaliteitsprogramma’s opleveren, maar verzetten zich tegen de daarmee gepaard gaande compromissen op het gebied van omzet en waargenomen exclusiviteit. Het probleem zijn niet de gasten; het zijn hotels die het in beide richtingen proberen te hebben.
Loyaliteitsprogramma’s als winstcentra
Het afwijzen van het inwisselen van punten als “gratis” verblijven is onjuist. Gasten verdienen punten door geld uit te geven, vaak op dure creditcards of door elders betere deals te sluiten. Loyaliteitsprogramma’s zijn geen liefdadigheid; ze zijn zorgvuldig ontworpen om uitgaven te stimuleren en klanten te behouden. In feite gener deze programma’s aanzienlijke inkomsten voor bedrijven als Hilton en Marriott, waardoor ze onmisbaar zijn voor hun bedrijfsmodellen.
Het idee dat hotels de puntenprogramma’s simpelweg moeten afschaffen is onrealistisch. Voor veel accommodaties zijn loyaliteitsprogramma’s de belangrijkste trekpleister, die een concurrentievoordeel bieden ten opzichte van onafhankelijke luxemerken die dergelijke prikkels ontberen. Het elimineren van deze programma’s zou betekenen dat we uitsluitend moeten vertrouwen op uitzonderlijke service, een aanpak die voor een select groepje werkt, maar voor de meesten onhoudbaar is.
De kern van het probleem: hoekjes snijden
Het echte probleem zijn niet de punten zelf; het zijn hotels die bezuinigen terwijl ze nog steeds profiteren van aansluiting bij het loyaliteitsprogramma. Accommodaties weten dat ze weg kunnen komen met een verminderde servicekwaliteit vanwege het gegarandeerde aantal puntenhongerige gasten. De schuld voor een verslechterde ervaring ligt bij managementkeuzes, niet bij de inwisselingsgewoonten van klanten.
Als hoteleigenaren echt ontevreden zijn over de economische aspecten van loyaliteitsprogramma’s, is de oplossing eenvoudig: rebrand en concurreer alleen op basis van verdienste. Het feit dat zo velen ervoor kiezen dit niet te doen, suggereert dat loyaliteitsprogramma’s winstgevend blijven, ondanks de klachten.
Kortom, het debat over puntenprogramma’s is uiteindelijk een kwestie van bedrijfsstrategie. Loyaliteitsprogramma’s zijn ontworpen om de omzet te verhogen, en gasten die punten inwisselen, houden zich eenvoudigweg aan de regels. Hotels die deze dynamiek kwalijk nemen, moeten hun afhankelijkheid van deze programma’s heroverwegen in plaats van de klanten die er gebruik van maken de schuld te geven.
























